Printer-friendly versionSend to friendPDF version

Legal protection

Toen er kort na WO II gesold werd met de kwaliteit van de geuze, waren niet alle brouwers daarmee even gelukkig. Vooral de kleinere lambikbrouwers, die geen capsulekesgeuze maakten, trachtten dan ook via politieke weg hun traditioneel product te beschermen.

Bier was voor de politici in die tijd nog niet zo belangrijk als nu: het duurde dan ook tot 1965 eer het eerste Koninklijk Besluit gestemd werd, namelijk het Koninklijk Besluit houdende reglementering van sommige in de sector bier gebruikte benamingen.

Dit K.B. bepaalde dat de benamingen lambik, geuze, geuze-lambik en ook de samenstellingen of afleidingen ervan, slechts mogen gebruikt worden om een zelfgistend bier aan te duiden. De wort moet gebrouwen worden met ten minste 30% van de storting tarwe en de dichtheid van het wort moet tenminste 5 Belgische graden bedragen. Op het eerste zicht bood dit Koninklijk Besluit aan de bonafide brouwers de nodige bescherming. In de praktijk echter is nooit enige controle op de toepassing ervan uitgeoefend.

Daarenboven ging dit K.B. voorbij aan de werkelijkheid dat er twee totaal verschillende productten, de echte geuze en de capsulekesgeuze, dezelfde naam bleven dragen (zie foto). Ook latere aanpassingen, in 1973, 1974 en 1993, gingen aan deze realiteit voorbij.

Comments