Horal
Nederlands

Français

English

Bescherming van de naam

Toen er kort na WO II gesold werd met de kwaliteit van de geuze, waren niet alle brouwers daarmee even gelukkig. Vooral de kleinere lambikbrouwers, die geen capsulekesgeuze maakten, trachtten dan ook via politieke weg hun traditioneel product te beschermen.

Twee FlessenBier was voor de politici in die tijd nog niet zo belangrijk als nu: het duurde dan ook tot 1965 eer het eerste Koninklijk Besluit gestemd werd, namelijk het Koninklijk Besluit houdende reglementering van sommige in de sector bier gebruikte benamingen.

Dit KB bepaalde dat de benamingen lambik, geuze, geuze-lambik en ook de samenstellingen of afleidingen ervan, slechts mogen gebruikt worden om een zelfgistend bier aan te duiden. De wort moet gebrouwen worden met ten minste 30% van de storting tarwe en de dichtheid van het wort moet tenminste 5 Belgische graden bedragen. Op het eerste zicht bood dit Koninklijk Besluit aan de bonafide brouwers de nodige bescherming. In de praktijk echter is nooit enige controle op de toepassing ervan uitgeoefend.

Daarenboven ging dit KB voorbij aan de werkelijkheid dat er twee totaal verschillende productten, de echte geuze en de capsulekesgeuze, dezelfde naam bleven dragen (zie foto). Ook latere aanpassingen, in 1973, 1974 en 1993, gingen aan deze realiteit voorbij.

Vanaf 1995 tenslotte startten de onderhandelingen met de E.E.G., intussen EU. Het onderhandelingscomité van de lambikbrouwers bestond uit Frank Boon (brouwerij Boon / Lembeek), Jacques Van Cutsem (brouwerij Timmermans / Itterbeek), André De Keersmaeker (brouwerij Mort Subite / Kobbegem) en Jacques De Keersmaeker (brouwerij Belle-Vue). Deze onderhandelingen mondden in 1998 uit in een verordening (nr. 2082/92) in verband met de registratie van een specifiek product. Eindelijk werd officieel erkend dat de ambachtelijke fondgeuze in wezen een totaal ander product is dan zijn gefilterd, gezoet, gesatureerd en gepasteuriseerd broertje.

In hoofdzaak komt de verordening hierop neer dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen geuze en Oude Geuze, kriek en Oude Kriek. Hierbij verwijst het woord ‘Oud’ niet naar de leeftijd van het bier, maar naar de bereidingswijze, die gebeurt zoals vanouds.

Zo moet Oude Geuze ontstaan door een mengeling van lambikbieren met een gewogen gemiddelde leeftijd van ten minste één jaar en waarvan het oudste gedurende minstens drie jaar in houten fusten heeft gerijpt. Het mengsel moet een nagisting in de fles ondergaan en moet na zes maand rijping in de fles voldoen aan een aantal biochemische eisen (zuurgehalte, vluchtige zuren, isoamulacetaats- en ethylacetaatsgraad). Ook Oude Kriek moet op fles hergist zijn.

Voor geuze en kriek, die de eretitel ‘Oud’ niet mogen dragen, zijn de eisen uiteraard veel minder streng : zo moeten de lambikbieren niet zo oud zijn, moet er geen nagisting zijn in de fles en is filteren, satureren, verzoeten en pasteuriseren toegestaan.